Memorandum van theologieprofessoren  
Home > Thema's > Kerkstructuren > Memorandum van theologieprofessoren
Vertalingen: Nederlands English Deutsch Français Español 

Memorandum van theologieprofessoren
over de crisis in de katholieke kerk

Kerk 2011: een noodzakelijke vernieuwing

Meer dan een jaar is het geleden sinds gevallen van seksueel misbruik van kinderen en jongeren door priesters en ordesgeestelijken aan het Berlijnse Canisius College openbaar gemaakt zijn. Er volgde een jaar waarin de katholieke kerk in Duitsland in een ongehoorde crisis is gestort. Het beeld dat wij nu zien heeft twee kanten. Er is inmiddels veel aan gedaan om de slachtoffers recht te doen, om het onrecht in kaart te brengen en de oorzaken van het misbruik, het stilzwijgen en de dubbele moraal in eigen gelederen op het spoor te komen. Na een aanvankelijke ontzetting is bij veel verantwoordelijke christenen met en zonder ambt het inzicht versterkt dat diepingrijpende hervormingen nodig zijn. De oproep tot een open dialoog over macht- en communicatiestructuren, over de inrichting van het kerkelijke ambt en de deelname van de gelovigen aan de verantwoording, over moraal en seksualiteit heeft verwachtingen gewekt, maar ook beduchtheid: wordt wellicht door gelatenheid en door het goedpraten en afzwakken van de crisis de laatste kans verspeeld op een uitweg uit de verlamming en de berusting? Op de onrust die een open dialoog zonder taboes teweeg brengt zit niet iedereen te wachten, zeker niet wanneer een bezoek van de paus op handen is. Maar het alternatief: zwijgen als het graf kan helemaal niet, omdat daarmee de laatste hoop vervliegt.

De diepe crisis van onze kerk eist om ook die problemen aan de orde te stellen, die op het eerste gezicht niet direct te doen hebben met het misbruikschandaal en de tientallen jaren verdoezeling daarvan. Als theologieprofessoren mogen wij niet langer zwijgen. Wij voelen onze verantwoordelijkheid om aan een echt nieuw begin bij te dragen: 2011 moet voor de kerk een jaar van diepgaande verandering worden. In het afgelopen jaar hebben zoveel christenen als nooit te voren de kerk verlaten; zij hebben de kerkleiding hun volgzaam vertrouwen opgezegd of hebben hun geloofsleven geprivatiseerd om het tegen het instituut te beschermen. De kerk moet deze tekenen verstaan en zelf afstappen van vastgeroeste structuren om nieuwe levenskracht en geloofwaardigheid terug te winnen.

De vernieuwing van kerkelijke structuren kan niet lukken als die plaats vindt in een angstig zich afsluiten voor de maatschappij, maar alleen als die plaats vindt met de moed tot zelfkritiek en met het toelaten van kritische impulsen, ook van buiten. Dit is de les van het afgelopen jaar: de misbruikcrisis zou nooit zo stellig aan de orde zijn gekomen zonder de kritische aandacht van de publiciteit. Slechts door open communicatie kan de kerk vertrouwen terugwinnen. Slechts wanneer het zelfbeeld en het beeld dat de buitenwereld van de kerk heeft redelijk met elkaar overeenstemmen, zal de kerk geloofwaardig zijn. Wij wenden ons tot allen die het nog niet opgegeven hebben om te hopen op een nieuwe start van de kerk en die zich daarvoor inzetten. Wij pakken de signalen op die enige bisschoppen in de laatste maanden afgaven tot diepgaande vernieuwing en dialoog; signalen, die zij afgaven in gesprekken, in preken en in interviews.

De kerk is geen doel op zich. Zij heeft de opdracht om de bevrijdende en liefhebbende God van Jezus Christus aan alle mensen te verkondigen. Dat kan de kerk slechts als zij zelf een plek en een geloofwaardige getuige is van de boodschap van vrijheid van het evangelie. De woorden en daden van de kerk, haar regels en structuren – haar hele omgang met de mensen binnen en buiten de kerk – moet er op gericht zijn de vrijheid van mensen als schepselen van God te erkennen en te bevorderen. Onvoorwaardelijk respect voor iedere menselijke persoon, eerbied voor de vrijheid van het geweten, inzet voor recht en gerechtigheid, solidariteit met de armen en onderdrukten: dat zijn de theologisch fundamentele maatstaven die de kerk op grond van het Evangelie verplicht is te handhaven. Daarin wordt de liefde tot God en de naaste concreet.

De gerichtheid op de bijbelse boodschap van vrijheid vraagt om een genuanceerde verhouding tot de moderne maatschappij: in vele opzichten ligt de maatschappij vóór op de kerk wanneer het gaat om de erkenning van vrijheid, medezeggenschap en verantwoordelijkheid van het individu; daar kan de kerk van leren, zoals Vaticanum II heeft benadrukt. In ander opzicht mag vanuit de geest van het evangelie niet voorbijgegaan worden aan kritiek op deze maatschappij, bv. daar waar mensen alleen op hun prestaties beoordeeld worden, waar wederzijdse solidariteit in het gedrang komt of de waardigheid van mensen niet erkend wordt.

In ieder geval geldt: de boodschap van vrijheid uit het evangelie is de maatstaf voor een geloofwaardige kerk, voor haar handelen en haar sociale gezicht. De concrete eisen die de kerk zich moet stellen, zijn geenszins nieuw. Toekomstgerichte hervormingen zijn daarentegen nauwelijks waar te nemen. De open dialoog voor hervorming moet gestalte krijgen op de volgende beleidsterreinen.

1. Structuren van medezeggenschap

Op alle terreinen van het kerkelijk leven is de medezeggenschap van de gelovigen de toetssteen voor de geloofwaardigheid van de vrijheidsboodschap van het evangelie. In overeenstemming met het rechtsprincipe dat ‘hetgeen allen aangaat, ook door allen besloten dient te worden’ zijn er meer synodale structuren op alle niveaus in de kerk nodig. De gelovigen dienen zeggenschap te hebben in de aanstelling van belangrijke ambtsdragers (bisschop en pastoor). Datgene wat ter plaatse besloten kan worden, dient ook daar besloten te worden. Beslissingen moeten transparant zijn.

2. De gemeenschappen

Christelijke gemeenschappen moeten plaatsen zijn waar mensen geestelijke en materiële goederen met elkaar delen. Maar tegenwoordig vervlakt het gemeenschapsleven. Onder de druk van het priestergebrek worden steeds grotere beheerseenheden (megaparochies) geconstrueerd, waarin nabijheid en erbij horen nauwelijks meer ervaren kunnen worden. Historische identiteit en gegroeide sociale netwerken worden opgegeven. Priesters worden ‘in hun werk tot het kookpunt gebracht’ en branden af. Gelovigen nemen afstand als hen geen medeverantwoordelijkheid wordt toevertrouwd en zij op basis van democratische structuren geen deel kunnen hebben in het bestuur van hun gemeenschap. Het kerkelijk ambt moet de gemeenschap dienen – niet omgekeerd. De kerk heeft ook gehuwde priesters en vrouwen in het kerkelijk ambt nodig.

3. De rechtscultuur

De erkenning van de waardigheid en vrijheid van ieder mens wordt alleen dan zichtbaar, als conflicten fair en met wederkerig respect worden opgelost. Kerkelijk recht verdient deze naam alleen als gelovigen hun recht ook werkelijk kunnen krijgen. Rechtsbescherming en de rechtscultuur in de kerk moet dringend verbeterd worden: een eerste stap daartoe is de opbouw van een kerkelijke rechtbank met administratieve bevoegdheden.

4. Gewetensvrijheid

Het respect voor het individuele geweten betekent er vertrouwen in te stellen dat mensen in staat zijn zelf verantwoordelijkheid te dragen en beslissingen te nemen. Het is de taak van de kerk de mensen daarin te ondersteunen, maar dat mag niet omslaan naar bevoogding. Het is zaak hiermee vooral ernst te maken waar het de persoonlijke levensbeslissingen en individuele levensvormen betreft. De hoge achting van de kerk voor het huwelijk en de ongehuwde levensstaat staat niet ter discussie. Maar dat leidt niet tot de verplichting om mensen uit te sluiten die liefde, trouw en wederzijdse zorg beleven binnen een homoseksueel partnerschap of als gescheiden maar weer getrouwde personen.

5. Verzoening

Solidariteit met ‘zondaren’ betekent allereerst het serieus aanpakken van de zonden in eigen gelederen. Eigengereid moreel rigorisme past de kerk niet. De kerk kan geen verzoening met God prediken zonder zelf in eigen handelen bereidheid tot verzoening te tonen naar diegenen tegenover wie zij schuldig geworden is: door geweld, door het onthouden van rechten en door het omzetten van de bijbelse vrijheidsboodschap in een rigoureuze moraal zonder barmhartigheid.

6. Liturgie

De liturgie leeft van actieve deelname van alle gelovigen. Ervaringen en eigentijdse uitdrukkingsvormen moeten er een plaats in hebben. De vieringen moeten niet tot traditionalisme verstarren. Culturele verscheidenheid verrijkt het godsdienstige leven en gaat niet samen met tendensen van centralistisch eenheidsstreven. Alleen als de viering van het geloof ook gaat over concrete levenssituaties, zal de kerkelijke boodschap de mensen bereiken.

Het begonnen kerkelijke dialoogproces kan leiden tot bevrijding en diepgaande vernieuwing, indien alle deelnemers bereid zijn de dringende vragen niet uit de weg te gaan. De kern is om in vrije en faire uitwisseling van argumenten naar oplossingen te zoeken, die de kerk weg kan voeren van haar verlammende, steeds intern gerichte activiteiten. Op de storm van het afgelopen jaar mag geen rust volgen! In de tegenwoordige situatie kan dat slechts de rust van het graf zijn. Angst is nog nooit een goede raadgever geweest in tijden van crises. Christenen, mannen en vrouwen worden door het evangelie opgeroepen met moed naar de toekomst te kijken en – naar het woord van Jezus – zoals Petrus over het water te lopen: “Waarom zijn jullie bang? Is jullie geloof zo klein?”

Vertaling: Bert Roebert

Bovenstaande Memorandum werd op 3 februari 2011 door 144 Duits sprekende vrouwelijke en mannelijke theologen in de Duitse krant Süddeutsche Zeitung onder de titel Kerk 2011. Dit aantal groeit enorm omdat inmiddels ook anderstalige theologen dit ondertekenen (zie Memorandum Freiheit). Op Petition staat ondertekening voor eenieder open!



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Memorandum van theologieprofessoren" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol