Geoorloofde overtredingen?  
Home > Thema's > Kerkstructuren > Geoorloofde overtredingen?
Vertalingen: Nederlands Français 

Geoorloofde overtredingen?

De ‘Oproep tot ongehoorzaamheid’ die op 19 juni 2011 gelanceerd werd door een groep Oostenrijkse priesters, blijft beroering wekken, zowel voor instemming als afwijzing. Kardinaal Christoph Schönborn o.p., aartsbisschop van Wenen, heeft in zijn bezorgdheid om verdeeldheid in zijn kerk te vermijden, onmiddellijk gereageerd door de dialoog aan te gaan met de betrokken priesters. Hij beseft genoeg dat de zeven punten in die ‘Oproep tot ongehoorzaamheid’ aansluiten bij de overtuigingen, en voor sommige punten, bij de praktijken van veel priesters, en niet alleen in Oostenrijk. Wat zijn de gevoeligste punten? Niet langer de eucharistie weigeren aan gescheiden en hertrouwde gelovigen, of aan gelovigen die tot andere christelijke kerken behoren; de woord- en communievieringen ‘eucharistievieringen zonder priester’ noemen; niet langer rekening houden met het preekverbod voor gevormde leken en godsdienstlerar(ess)en (Religionslehrerinnen); het priesterbeeld herzien, opdat elke parochie iemand heeft die de verantwoording draagt, man of vrouw, gehuwd of niet; zich publiek uitspreken ten gunste van de priesterwijding van vrouwen en gehuwde mannen.

Voor de ‘veldwerkers’ bevatten deze punten geen verrassingen. De krantenkoppen hebben het over een ‘rebelse wind’, en de commentaren onderstrepen dat ze “brede steun genieten in de publieke opinie” – in elk geval in onze landen. De initiatiefnemer van de beweging, Helmut Schüller, is een voormalige vicaris-generaal van de aartsbisschop en pastoor in een van de parochies van Wenen. Hij heeft uitleg gegeven over zijn motivering voor deze publieke oproep tot ongehoorzaamheid. Het voorwoord tot de Oproep is hierover duidelijk: “De weigering van Rome om sinds lang noodzakelijke hervormingen door te voeren en het feit dat de bisschoppen niets doen, staat ons niet alleen toe om ons geweten te volgen en onafhankelijk te handelen, maar dwingt ons zelfs daartoe”. Bij de huidige tendens in het Vaticaan om alles weer te centraliseren, is het te begrijpen dat een groeiend aantal priesters zich niet alleen in geweten gedwongen voelt om over te gaan tot praktijken die de grenzen van de officiële regels overschrijden, maar om deze ook publiek te maken, opdat, indien mogelijk, de katholieke hiërarchie ertoe gebracht zal worden deze veranderingen, die in feite reeds wijd verspreid zijn, officieel te accepteren. Inderdaad, in het werkveld kan de strikte toepassing van de geldende regels in bepaalde gevallen mensen en gemeenschappen ernstig kwetsen en verder vervreemden van de kerkgemeenschap.

In samenlevingen die zo snel in verandering zijn als de onze, loopt het recht vaak achter bij de feiten. Maar vernieuwende initiatieven komen zelden van de autoriteiten die het op dat moment voor het zeggen hebben. Wijzigingen in het recht worden over het algemeen voorafgegaan door de invoering van ‘gewoontes die ingaan tegen het recht’. Deze ‘overtredingen’ kunnen ingang vinden dankzij een stilzwijgend toelatingsbeleid van de autoriteiten, zelfs als deze het van tijd tot tijd nodig vinden aan de regels te herinneren. Tot de dag dat deze wel gewijzigd moeten worden. Tot dan geldt: “Doe het, maar vraag me niet om goedkeuring”. De auteurs van de Oproep doen een beroep op de gewetensplicht. Misschien is het goed eraan te herinneren dat er in die zaken een aantal algemeen aanvaarde criteria bestaan. Ik breng ze vlug even in herinnering: de erkenning van een noodsituatie, niet van een individu, maar van een gemeenschap; de wil om trouw te zijn aan de Geest, wat zich in de praktijk vertaalt door de bereidheid om te kiezen voor betere oplossingen; de zorg om trouw te blijven aan de oorspronkelijke opzet; en tenslotte, de wil om de communio te bewaren, zelfs met het gevaar dat men daarvoor door een conflictfase moet.

Men kan zich gemakkelijk voorstellen dat men als men kiest om de wet te overtreden in de praktijk het nemen van risico’s niet kan uitsluiten, met inbegrip van de mogelijkheid van een mislukking. In een periode waarin de toekomst van het christendom in het westen veel duistere vlekken vertroont, moet men risico’s durven nemen. Daar komt dan het uiteindelijk beslissende criterium op de proppen: wordt  vernieuwing die grenzen van bestaande regels overschrijdt, aanvaard of niet? Dat vraagt soms wat tijd. Op dit punt kunnen we alleen vertrouwen hebben in de wijsheid van hen die ons zullen volgen en de pogingen die wij tastenderwijze doen, ‘ontvangen’ (receptio) of niet.

Paul Tihon

Paul Tihon is jesuiet en theoloog; hij is verbonden aan de instelling Lumen Vitae in Brussel. De originele tekst verscheen in La Libre Belgique van 16 november 2011.



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Geoorloofde overtredingen?" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol