No, not schismatic, American  
Home > Thema's > Inculturatie > Nee, geen schisma, maar Amerikaans
Vertalingen: Nederlands English 

Nee, geen schisma, maar Amerikaans

Simpele voorstellen

Ik had een laatste gesprek met kardinaal Murphy-O’Connor in het ruime kantoor van het huis van de aartsbisschop aan de Ambrosden Avenue in Londen. We konden maar weinig spreken over het conclaaf, omdat hij mij er aan herinnerde dat hij een eed van stilzwijgen had afgelegd. “Ik zou niet graag geëxcommuniceerd worden”, zei hij met een twinkeling in zijn ogen.

Ik nam de gelegenheid te baat hem te vertellen dat ik teleurgesteld was met de keus van het conclaaf voor Benedictus XVI. In mijn optiek kregen we nu een paus die ons terugzette in de negentiende eeuw, toen Gregorius XVI iets veroordeelde dat hij “liberalisme” noemde en toen Pius IX de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en de vrijheid van godsdienst veroordeelde. In een poging mij enig perspectief te geven, zei hij: “Misschien leggen we te veel nadruk op de paus. Echte hervorming van de kerk komt niet van de top. Het komt van beneden, van het volk. We hebben meer heiligen nodig. Ja, mannen als de Heilige Franciscus van Assisi en vrouwen als Catharina van Siena. En de Jezuïeten.”

Later overwoog ik de woorden van de kardinaal en dacht aan de heiligen die ik de laatste vijf jaren gedurende mijn reizen ontmoet had, mannen en vrouwen, die met hun geest en hart scherp gericht op Jezus, doorgingen met hun rustige getuigenis in de wereld met nauwelijks een gedachte aan de paus. Ik dacht aan een Jezuïet in de Syrische woestijn die in zijn hart moslim geworden was en aan een kloosterzuster in Jakarta die vijf keer per dag ging bidden in de moskee aan de overkant van haar Heilig Hart Klooster en aan de president van een Benedictijns college in Manilla die haar hele communauteit bijeenriep om hun eigen mis te vieren en ik dacht ook weer aan de opmerking van Murphy-O’Connor dat de echte kracht van de kerk ligt in haar volk dat van geloof vervuld is.

Er zijn miljoenen katholieken over de hele wereld, die hun eigen onafhankelijke weg volgen en zich vrij voelen in een nieuw soort kerk van het volk, zoekend naar nieuwe wegen van leven en liefde, zonder dat zij daarbij tegen opgetrokken wenkbrauwen of excommunicatie van Rome oplopen. Zij handhaven hun vrijheid, aangemoedigd in veel gevallen door hun beste priesters, veilig onder de vertrouwende, oplettende ogen van hun bisschoppen, die het ernstig menen wanneer zij hun mensen zeggen: dit is jullie kerk.

Ik vroeg ooit Kardinaal Jean-Baptiste Pham Minh Mân, aartsbisschop van Ho Chi Min Stad in Vietnam, wat hij dacht van een kerk van het volk. Hij zei: “Ik zou zo’n kerk heel graag hebben als iemand mij kon vertellen hoe die te krijgen.” Ik suggereerde hem om zijn volk enige blijk te geven dat de kerk van hen is en om die steeds meer de hunne te maken door de kerk aan te passen aan hun eigen cultuur en door de kerk meer katholiek en minder Rooms te maken.

Op dit moment juichen de meeste katholieken, zelfs de meeste leidende figuren van de Romeinse Curie, de inculturatie in Afrika toe die zij zien of waarover zij lezen, bij voorbeeld in Congo, waar de kerk van het volk haar eigen eucharistievieringen heeft vormgegeven met drums, met dansen en zang. Niet het Vaticaan maakte deze liturgieën voor het volk van Congo; zij deden het zelf.

Tot nu toe echter hebben katholieke pastores in Amerika, wellicht te sterk overtuigd dat de weg van Rome de enige is die katholiek genoemd kan worden, niet diep nagedacht over de inculturatie van hun zending in de Verenigde Staten. En ook hebben zij hun gelovigen niet aangemoedigd in een denkrichting dat de gelovigen zelf een speciale rol in dit proces zouden hebben. Als het volk zich zou realiseren hoe belangrijk hun deel eigenlijk is zouden zij vragen dat hun kerk beter geleid wordt.

In november 2004 vertelde James Carroll, de romanschrijver en historicus, aan een progressieve katholieke groep die bijeen was in Boston, dat zij erop moesten aandringen dat de Amerikaanse kerk zou worden geleid in consensus met de gelovigen. Hij zei: “God mag dan liefde zijn, maar een stad is dat niet en ook de kerk niet. Iedereen moet beschermd worden tegen niet gecontroleerde, niet bekritiseerde en niet gereguleerde macht van ieder ander, inclusief de goed bedoelende leider. De eigen ervaringen van de kerk – bij voorbeeld diens ernstige zonde ten opzichte van de joden, zijn lange traditie van het minachten van vrouwen en, recent de onbekwaamheid van kerkelijke leiders om een autocratische structuur aan de kaak te stellen, die misbruik van kinderen door priesters in stand liet – bewijzen hoe wanhopig urgent de katholieke kerk een democratische hervorming nodig heeft.

Al eerder, in juli 2004, was een groep vooraanstaande katholieke zakenlieden en academici – allemaal loyale katholieken, onder de koepel van wat zij noemden de Church in America Leadership Roundtable – bijeen in de Wharton School in Philadelphia om een dozijn Amerikaanse bisschoppen te confronteren met een aantal harde feiten. Zij vertelden de bisschoppen dat alles bij elkaar de 293 Amerikaanse diocesen meer dan een miljoen medewerkers in dienst hebben met een jaarlijks budget van ongeveer één miljard dollar, waarmee de Amerikaanse kerk even groot is als vele van de grootste ondernemingen in het land. Als een onderneming, echter, zo zeiden zij, gaat de Amerikaanse kerk af op de ondergang. Fred Gluck, een vroegere directeur van McKinsey and Company, een van ’s werelds toonaangevende adviesbureaus, vertelde de bisschoppen:

Wat de personele kant betreft is uw bestand snel aan het verouderen. Uw positie om nieuwe mensen aan te trekken is de laatste veertig jaren drastisch gedaald. U bent niet langer meer de eerste keus voor de besten en de intelligentsten. Uw mensen zijn gedemoraliseerd door interne conflicten en publieke schandalen. Wat de financiën betreft, drogen uw traditionele inkomstenbronnen op. Uw kosten stijgen snel omdat u niet langer hooggekwalificeerde werkkracht kunt aantrekken tegen lage kosten. Uw bedrijf is snel aan het verouderen. Uw mogelijke aansprakelijkheden als gevolg van recente schandalen zijn groot en nemen toe. Uw financiële management processen lijken zeer versnipperd, ongecoördineerd en sterk onderontwikkeld om de bovengenoemde problemen te lijf te gaan. En wat de marketing betreft voelen velen van uw trouwe klanten zich niet langer verbonden met uw productielijn en verwerpen zij openlijk delen er van als van geen belang voor hun leven, hoewel de meesten van hen in hoge mate verbonden blijven met uw diepste missie en dorsten naar betrouwbaar leiderschap en ingrijpende verandering in de presentatie.

Het was zeker niet helemaal fair van de Leadership Roundtable om hun kerk te beschouwen zoals zij zouden kijken naar de een of andere zakelijke onderneming. In feite is iedere Amerikaanse bisschop (door de paus benoemd via een geheim proces dat een mysterie blijft ook voor de meeste Amerikaanse priesters) op zich zelf een absoluut heerser tot zijn pensionering – tenzij hij natuurlijk betrapt wordt op een of andere misdaad. Sinds 2000 zijn zes Amerikaanse bisschoppen teruggetreden, vijf van hen voor misstappen van seksuele aard die in de openbaarheid kwamen en één nadat hij was beschuldigd (en later veroordeeld) vanwege het doorrijden na het veroorzaken van een fataal auto-ongeluk, een ernstig misdrijf. In geen van deze gevallen kwam de paus tussen beiden. Dat hoefde hij ook niet. De publieke opinie ter plaatse maakte de zich misdragende bisschoppen duidelijk wat te doen.

Een bisschop die zich goed gedraagt en die er voor zorgt om iedere vijf jaar een bezoek aan Rome te brengen met een bedrag in cash voor de paus, kan een vrijwel absoluut bewind voeren, nauwelijks beperkt door zijn diocesane financiële raad, wiens leden hij benoemt en wiens advies hij niet hoeft te volgen. Ook is hij niet beperkt door de Conferentie van Katholieke Bisschoppen in de VS , een organisatie die hij ondersteunt met een jaarlijkse contributie, maar de resoluties daarvan kan hij overeenkomstig canoniek recht veilig negeren.

Als men zich afvraagt waarom de Amerikaanse kerk in zulk een hachelijke toestand verkeert, moet men de schuld daarvoor leggen bij de bisschoppen die beschikken over zulk een buitengewone macht en ook bij op de priesters die hen daarin steunen. Sommige bisschoppen zeggen dat het canoniek recht verschillende initiatieven blokkeert die door veranderingsgezinde krachten worden voorgesteld en dit wordt door sommige veranderingsgezinden geaccepteerd. Maar dat hoeft niet, omdat het canonieke recht zelf zegt dat een bisschop díe regels niet hoeft te volgen die naar zijn oordeel worden overtroefd door de noden van zijn volk. Als de bisschop erbij blijft de letter van de kerkelijk wet te volgen, kan men slechts concluderen dat hij de regels gebruikt als een excuus de roep om hervorming te negeren vanuit een eenvoudig en eigenzinnig verlangen zijn absolute macht te behouden.

Waarom een bisschop zou vast willen houden aan dit soort absolutisme, is een raadsel. Hij zou een heel wat minder angstig leven leiden en zijn gelovigen zouden beter gediend zijn als hij in een geïncultureerde kerk het bestuur deelde met, door en voor het volk.

Hoe moet de bisschop dat doen? Leonard Swidler (1929), een vooraanstaand theologieprofessor aan de Temple University in Philadelphia beweert al langer dat de katholieke kerk in de Verenigde Staten een nieuw en meer vitaal tijdperk zal ingaan wanneer zij een verklaring van onafhankelijkheid zou opstellen – geen onafhankelijkheid van de paus (de Amerikanen houden immers van hun paus, ongeacht wie hij is) maar onafhankelijkheid van een bestuurssysteem dat helemaal door mensen gemaakt is; en bovendien gemaakt in een andere tijd en op een andere plaats die geen overeenkomst vertoont met het Amerika van de eenentwintigste eeuw.

Swidler bedoelt het canoniek recht van de kerk, geschreven door een buitenlandse monarch, de paus, zodanig dat hij onbetwistbaar absolute macht kan uitoefenen. Amerikanen begrijpen niet hoe en waarom een paus, met steun van zijn hofhouding, de wetten kan maken, de wetten kan uitvoeren en recht kan spreken in zijn eigen rechtssysteem en dat alles in het geheim. Hij zegt: “Als het canoniek recht de kerk niet helpt om zijn missie te vervullen, dan moet de Amerikaanse kerk iets als een nieuwe wet schrijven.”

De nieuwe wet die hij voor ogen heeft, gaat niet over de leer, maar over het systeem. Andere theologen zijn een uitweg daartoe voor de Amerikaanse kerk aan het ontdekken als zij suggereren dat het een autochtone kerk zou kunnen worden, vorm gegeven als de oude kerken van het Midden Oosten – met als voorbeelden de Chaldeeën, de Maronieten, de Melkieten, de Armeniërs en de Kopten, die katholiek zijn en geünieerd met Rome, met hun eigen patriarchen, hun eigen liturgieën en hun eigen meestal gehuwde geestelijkheid.

Maar zouden wij in moderne tijden een autochtone kerk kunnen vormen? Het is niet ondenkbaar. In 1925 stelde de Belgische kardinaal Désiré Joseph Mercier voor dat de Anglicaanse Gemeenschap terug zou worden gebracht in de eenheid met Rome geheel en al als een autochtone kerk, met zijn eigen patriarch, de aartsbisschop van Canterbury, zijn eigen gehuwde geestelijkheid en zijn eigen Engelse liturgie. Mercier was zijn tijd vooruit: Paus Pius XI wilde er niet van horen. Iets meer dan 70 jaar later, stelden Indonesische bisschoppen tijdens de Aziatische Synode in 1998 in Rome een autochtone kerk in zuidelijk Azië voor op de duidelijk aangegeven gronden dat Rome “noch de kennis, noch de bevoegdheid” heeft pastorale beslissingen voor hen te nemen. In 2001 riepen de Indonesische bisschoppen in een andere synode op tot een nieuw oecumenisch concilie, één die de radicale decentralisatie in gang kon zetten volgens het concept “autochtoon”. “Alleen dan”, zei één van hen, “kunnen wij vrij zijn om het evangelie te verkondigen.” De Indonesische bisschoppen toonden de juistheid van hun stelling aan door het nieuwe handvest terug in herinnering te roepen dat geschreven was voor de kerk tijdens Vaticanum II. Zij citeerden een aantal bepalingen over de noodzaak van de kerk om het evangelie tot leven te laten komen overal op de planeet en in iedere cultuur.

Francis Hadisumarta, de lange karmeliet en man van aanzien, die bisschop was van Manokwari-Sorong, stond in die Romeinse synode van 2001 op en zei, “Op veel cruciale pastorale terreinen hebben wij de bevoegdheid nodig om de wetten van de kerk te interpreteren in overeenstemming met ons eigen culturele ethos, die te veranderen en waar nodig te vervangen.” Hij memoreerde de al tientallen jaren lopende pleidooien van de Indonesische bisschoppen om gehuwde mannen te wijden, hetgeen steeds door Rome geweigerd werd.  Hij noemde daarbij ook de kwestie van liturgische vertalingen en aanpassingen. Hij zei: “Waarom moeten wij naar Rome voor toestemming van mensen die onze taal niet verstaan?” Lokale kerken kunnen dan pas echt lokale kerken worden, zei hij, “wanneer de wetten niet alleen de geest van het evangelie en de kerkelijke normen volgen, maar ook de geest en de legitieme traditie van de locale bevolking”. Verder gaf hij als zijn mening te kennen dat “theologie, spiritualiteit, wetgeving en liturgie net zo divers moeten zijn als onze talen en onze cultuur”.

Verrassend genoeg heeft zelfs een vooraanstaande curiekardinaal in Rome dit met zoveel woorden gezegd. Kardinaal Walter Kasper van de Vaticaanse Raad voor de Bevordering van de Christelijke Eenheid heeft voorgesteld om “relatieve autonomie te verlenen aan de locale kerken.” De bereidheid van Kasper om het principe van eigenheid (autochtony) van toepassing te verklaren op bepaalde locale kerken in de wereld brengt sommige theologen er toe dat andere kerken dat ook kunnen overwegen. Zij zeggen dat de bisschop van Rome er in de toekomst niet op kan hopen meer dan een miljard katholieken op de wereld in dezelfde pas te laten lopen. Als Tip O’Neill gelijk heeft, dat alle politiek lokale politiek is, dan moet deze praktische wijsheid ook worden toegepast op kerkelijke politiek, van Jakarta tot Johannesburg.

Zoals we eerder hebben gezien zou de kerk in de vroege historie van de Verenigde Staten, geleid door de bisschoppen van Baltimore, Maryland en Charleston, Zuid-Carolina een democratische kerk hebben kunnen worden. John Carroll, de eerste Amerikaanse bisschop (1735-1815), werd pas door Rome benoemd nadat hij was gekozen door de priesters van de natie in een daartoe gehouden stemming. John England (1786-1842) leidde zijn zeer verspreid diocees, dat zich uitstrekte van wat nu heet Noord- en Zuid Carolina en Georgia, onder een regeling volgens welke hij verantwoording diende af te leggen aan zijn priesters en zijn gelovigen en niet aan de paus. Deze democratische gesteldheid verdween toen de Amerikaanse hiërarchie het leiderschap van Engeland verwierp; dat was voor hen comfortabeler en meer in overeenstemming met hun status die veel leek op die van feodale lords, een situatie die goed voor hen uitpakte.

Dit is een hele tijd goed gegaan, totdat de schandalen rond seksueel misbruik katholieken dwong eens nader te kijken naar het leiderschap van hun bisschoppen. Op dit moment rijzen in het hele land organisaties uit de grond die dat doen. Op 14 maart 2005 riep de Church in America Leadership Roundtable een persconferentie bijeen om een aantal aanbevelingen te doen. Zij pleitten er voor dat de kerk meer verantwoording aflegt en zij kondigden de oprichting van een nieuwe organisatie aan, de National Leadership Roundtable on Church Management.  De National Catholic Reporter begroette dit initiatief:

De crisis in de kerk rond het seksuele misbruik door de geestelijkheid leidde tot een onvoorziene reactie en gaf een stem aan diegenen die ooit tevreden waren met ‘bidden, betalen en gehoorzamen’. Onder hen vooraanstaande Amerikaanse katholieke zakenlieden, hoogopgeleid, zeer succesvol in de seculiere wereld, gewend om in grote organisaties beslissingen nemen over complexe aangelegenheden na geluisterd te hebben naar diverse aspecten, met een instelling om op het juiste moment de koe bij de hoorns te vatten. Zij veronderstellen niet dat hun expertise voldoende is om de kerk te genezen van hetgeen er mankeert, maar zij denken dat het nodig is hun stem te laten horen.

Ook voor andere organisaties is het moment gekomen. In juli 2005 hield de nationale organisatie Voice of the Faithful (VOTF), met 30.000 leden in alle 50 Staten en in 46 landen, een nationale conventie in Indianapolis om volgende stappen af te spreken op het pad naar een kerk die meer verantwoording aflegt. Een punt op de agenda: discussie over hoe zij zouden kunnen bevorderen dat er meer invloed is op de keuze van Amerikaanse bisschoppen, een punt waarvan zij stelden dat het een ruime voorgeschiedenis heeft in de zeer vroege kerk. Joseph O’Callaghan, afgevaardigde van Bridgeport, Connecticut, haalde de woorden aan van Sint Cyprianus, een bisschop van Cartago die stierf in 258 en die schreef in zijn Epistel 67 dat een nieuwe bisschop “moet worden gekozen door het hele volk” overeenkomstig een oud principe: “wat allen aangaat moet door allen worden besloten”. 

Andere VOTF afgevaardigden stelden dat iedere door het volk gekozen bisschop de zaken van de kerk zou leiden als een burgemeester of een gouverneur, open en verantwoording afleggend via normale controles door zijn medewerkers in het ambt. “Als iedereen zijn werk doet,” zei O’Callaghan, “hebben we een kerk die verantwoording aflegt”.

Dit is geen theologisch luchtkasteel. Het is helemaal geen theologie. Het is politiek en dat is het bepalen van het beleid. Wanneer het volk van God tot de conclusie komt dat zij mede het beleid kan bepalen en ook dan goed katholiek blijft, worden er veranderingen in de kerk in gang gezet. Deze zullen er toe leiden dat het volk recht en invloed zal claimen en aldus een spraakmakend onderdeel van de kerk zal uitmaken. O’Callaghan zei: “Voordat te veel diocesen failliet gaan, zouden de Amerikaanse bisschoppen kunnen besluiten de kerk terug te geven aan het volk. Maar het volk moet er wel om vragen”. Hun vraag zou een nieuw dramatisch moment markeren in de Amerikaanse kerk. Rome zal niet gelukkig zijn. Benedictus XVI zal een nieuwe encycliek schrijven en krachtig protesteren tegen een oud ‘ism’, Amerikanisme. Maar wat kan Rome uiteindelijk doen om het streven naar de kerk van het volk te stoppen, vooral wanneer de Amerikaanse bisschoppen inzien dat de Geest werkzaam is in dit streven naar een democratische consensus over de meeste kwesties die de Amerikaanse katholieken bezig houden? Wie kan zeggen dat het proces zelf - waarin bisschoppen, priesters, zusters, leken, mannen en vrouwen allen samen werken – niet een nieuwe vitaliteit aan de kerk zal geven en de boodschap van Jezus een nieuwe geloofwaardigheid?

Dit is aantoonbaar de tijd om de kerk minder Rooms, meer katholiek en meer Amerikaans te maken. Allereerst echter moet het Volk van God in Amerika wakker worden en opstaan. Ongeveer de helft van het volk gaat iedere week naar de mis en ter communie maar velen van hen gaan rustig door met mopperen over prelaten (niet wetend wat anders te doen) die niet naar hen luisteren. De andere helft staat aan de kant; diep in hun hart zijn ze gelovig maar door hun afwezigheid geven ze een onuitgesproken aanklacht af tegen een instituut dat zij niet kunnen steunen. Beide helften van dit kerkvolk zagen de topleiders – de Amerikaanse kardinalen – op de televisie in april 2005. De kijkers waren mogelijk aan het zoeken of Jezus daar was. Maar alles wat zij zagen waren machtige prinsen van de kerk, aardig voldaan over zich zelf met hun symbolen van macht, kennelijk zich niet bewust van de strijd om de toekomst.

Waar is nu eigenlijk die strijd? Wij kunnen alleen maar hopen dat die de harten van mensen beroert. Velen van hen realiseren zich dat de geschiedenis en de massa aan hun zijde staat en dat het slechts een kwestie van tijd is voordat zij de strijd winnen. Wat zullen zij winnen? Een kerk die de hunne is, een eenvoudiger kerk, een soort kerk waar Jezus de timmerman waarschijnlijk graag zou willen binnengaan.

Robert Blair Kaiser

Robert Blair Kaiser was jezuïet voor hij uittrad om de journalistiek in te gaan. Hij versloeg destijds het Tweede Vaticaans Concilie voor Times Magazine. Bovenstaande tekst is de epiloog van zijn boek A Church in Search of  itself, Benedict XVI and the Battle for the Future  (Een kerk op zoek naar zichzelf, Benedictus XVI en de strijd om de toekomst), Alfred  A. Knopf, New York 2006.

Vertaling: Bert Roebert  



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Nee, geen schisma, maar Amerikaans" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol