Manifest van lokale geloofsgemeenschappen  
Home > Thema's > Inculturatie > Manifest van lokale geloofsgemeenschappen

Manifest van lokale geloofsgemeenschappen

Introductie

In dit manifest vatten wij samen wat wij in onze geloofsgemeenschap als kernwaarden beschouwen en wat wij als onvervreemdbaar eigen achten aan onze identiteit. Wij geven vervolgens aan waar wij, vanuit die kernwaarden, moeite hebben met de maatregelen en richtlijnen van het aartsbisdom en de vorm waarin het bisschoppelijk leiderschap tot uiting komt. Tenslotte geven wij weer welke keuzen wij als geloofsgemeenschap hier­omtrent willen maken.

Pre-ambule

"Wie de kerk ziet als een gemeenschap van gelovigen met een opdracht en verant­woor­delijkheid vanuit het evangelie, zal erkennen dat de priester het in de pastoraal niet alléén voor het zeggen kan hebben. De priester zal het alléén niet kunnen; hij zal het alléén ook niet meer mogen. In de geest van de nieuwe tijd vraagt de mens van vandaag dat zijn gevoel van eigenwaarde erkend wordt en dat aan zijn overtuiging medeverant­woordelijk te zijn voor de toekomst, recht gedaan wordt." Aldus bisschop Jan Bluyssen, destijds in een beleidsnotitie van zijn bisdom. Voor ‘priester’ kan men natuurlijk ook ‘bisschop’ invullen.

Kernwaarden die de eigenheid en identiteit van onze gemeenschap bepalen

Wij zijn mensen die in de naam van Vader en Zoon en Heilige Geest samen een gemeenschap vormen die geworteld en gevormd is in de katholieke traditie en deel uitmaakt van het aartsbisdom Utrecht en de wereldkerk, maar die ook samen wil werken met de andere christelijke kerken om zo uiting te geven aan de opdracht van de Heer: “Mogen allen één zijn”.

We leven vanuit de bijbel en worden met name geïnspireerd door de goede boodschap van Jezus van Nazareth en door zijn persoon en hebben een open oog voor de tekenen en noden van deze tijd.

Wij vormen een gemeenschap waarvoor toegewijd zijn even belangrijk is als gewijd zijn.

Waar mensen zich thuis en geborgen voelen, en waar ze saamhorigheid, gelijkwaardig­heid, respect en zorg kunnen ervaren. Die oprechtheid evenzeer van belang vindt als kerkelijke rechtsgeldigheid en die recht doen aan mensen evenzeer belangrijk vindt als recht in de leer zijn. Die liever in gesprek gaat dan een leer opgelegd te krijgen en te moeten verkondigen, met een gezamenlijke verantwoordelijkheid van binnen uit, met ruimte voor verscheidenheid en verandering, op grond van spelregels met een eigentijds karakter en een bereidheid tot het sluiten van compromissen. Die aandacht heeft voor het religieuze besef van mensen, dat zij deel hebben aan het wonder dat leven heet. Die gelooft dat aandacht voor het religieuze mede voortkomt uit aandacht voor elkaar, door te ontvangen en ontvangen te worden, elkaar te ontmoeten van hart tot hart, te ontdekken van waaruit men leeft, zich aan elkaar te ontwikkelen, gastvrij, uitnodigend, inspirerend.

Zo willen wij verbonden zijn, in eenheid met elkaar, met het leven en met onszelf, door stil te staan bij het mooie in het alledaagse, de kostbaarheid van het kwetsbare, het betekenisvolle van nieuw leven, de liefde tussen mensen en de pijn bij verlies en heen­gaan.

Wij willen midden in de wereld staan en daar deel van uitmaken, en opkomen voor de zwakkeren en kwetsbaren in de samenleving, met als uitgangspunt de werken van barmhartigheid: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, daklozen huis­vesten, aan zieken aandacht geven, gevangenen bezoeken, doden begraven.

Op deze wijze willen we werken aan de instandhouding en ontwikkeling van onze gemeenschap, voortbouwend op de lokale traditie van tientallen jaren kerkelijke presentie op deze plaats. Wij willen dat ook tot uitdrukking brengen in de vormgeving van onze vieringen, met betrokkenheid van leken, ook bij catechese, pastorale zorg en verkondiging. Waarbij toenemende ervaring en inhoudelijke groei van lekenvoorgangers een kostbare verworvenheid is van onze gemeenschappen. Bovendien wordt zo de verminderende beschikbaarheid van priesters steeds beter opgevangen.

Waar hebben wij moeite mee

  1. De ‘Constitutie Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie’ van het Tweede Vaticaans Concilie heeft als uitgangspunt dat Christus het middelpunt is van de liturgie. Tevens wordt bena­drukt dat de actieve deelname van de gelovigen een basisvoorwaarde is voor de volle werkzaamheid van de liturgie, wij maken door onze doop deel uit van het Volk Gods, dat een priesterlijk Volk is. Liturgie is niet het werk van ambtsdragers alleen, ‘Het volledig en actief deelnemen van heel het volk moet bij de ver­nieuwing en bevordering van de heilige liturgie de volle aandacht krijgen’ (nr. 14).
    Als gevolg daarvan werd, op initiatief van de bisschoppen en vooral van de hogere oversten, onder meer bevor­derd dat de communie tijdens de eucharistieviering onder beide gedaanten kon plaats­vinden, “opdat de volheid van het teken in het eucharistisch gastmaal voor de gelovigen des te duidelijker is” (Redemptionis sacramentum, nr. 100) en mensen volledig en in gelijkwaardigheid konden deelnemen aan de Maaltijd van de Heer.
    Wij hebben grote moeite met de gedetailleerde richtlijnen van het bisdom met betrekking tot de eucharistieviering, die het op deze wijze vieren, het zo getuigen en delen van geloof, dat sedert tientallen jaren diep verankerd is in onze gemeenschap, Gods Volk, weer tracht terug te brengen tot een priesterkerk van voor het Tweede Vaticaans Concilie, die legitimiteit en levensvatbaarheid mist.
    De zonder overleg van bovenaf gedicteerde gedetailleerde richtlijnen, die overigens verder reiken dan alleen de vormgeving van de eucharistieviering, gaan voorbij aan wat een lokale geloofs­gemeenschap in wezen is: een levend organisme. Ze proberen eucharistievieringen met een priester veilig te stellen, wat ten koste gaat van levensvatbare vormen van geloof, en van dienst aan anderen. Al in de vroege kerk waren eucharistie en diakonie onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals kerkvader Justinus uitdrukkelijk stelt. Vermeden moet worden dat elementaire vormen van bloeiend mense­lijk leven in de verdrukking komen in de geloofsgemeenschap die wij zijn. Is het geen onomstotelijk uit­gangspunt dat zulk leven tot iedere prijs gerespecteerd en be­schermd moet worden?

  2. Hoewel wij er begrip voor hebben dat de teruglopende aantallen praktiserende gelovigen en beschikbare priesters en de afname van de financiële middelen van parochies en bisdom vragen om bestuurlijke maatregelen, hebben wij grote moeite met de manier waarop die door het bisdom worden ingevuld in de grootschalige parochiefusies. Ondanks het feit dat in het fusiedocument op wel zeven plaatsen nadrukkelijk het behoud van de eigen identiteit van de lokale gemeenschappen wordt gegarandeerd,
     -     worden vitale geloofsgemeenschappen met onderling sterk verschillende identi­teiten en culturen gedwongen samengevoegd in grote (omvang en territorium) eenheden, waarbij financiële, klerikale en achterhaalde canonieke overwegingen de door­slag geven en waar mensen worden buitengesloten in plaats van opgenomen en bemoedigd;
    -     wordt lokaal inspirerend voorgangerschap vervangen door een centraal bestuur van portefeuillehouders met elk een deelverantwoordelijkheid naar de lokale gemeenschappen en wordt de decentrale inbreng van betrokken leken, vrijwilligers en pastoraal werkers systematisch teruggedrongen.  
    Kortom een beweging naar afgedwongen vorming van onpersoonlijke grootschalige eenheden, ten koste van vitale en bezielde lokale gemeenschappen die de basis van de kerk zouden moeten vormen; een reorganisatie die de afkalving van het aantal praktiserend gelovigen alleen maar zal versnellen en het aantal religieus ontheemden sterk zal doen toenemen.
  3. Wij hebben tenslotte ook grote moeite
    -    met de stijl van leidinggeven van de bisschop zoals die tot uitdrukking komt in dictaten, eenzijdige beslissingen en gedetail­leerde regelgeving, telkens vergezeld van dreiging met zware sancties (zoals ontslag en intrekken van aanstelling) bij een overtreding van deze richtlijnen;
    -     met de eenrichtingscommunicatie, waarbij de bisschop niet of nauwelijks reageert op weloverwogen inbreng en inzichten van betrokken voorgangers en gelovigen, laat staan dat er ruimte is voor overleg;
    -     met de toonzetting in de communicatie, die tot uitdrukking komt in het gebruik van zware termen als “kerkelijk misdrijf”, “regels die geschonden worden”, een “liturgische orde van de kerk die ernstig verstoord is”.
    Met als gevolg dat menig pastoraal team functioneert vanuit angst voor sancties bij de minste overtreding van de bisschoppelijke richtlijnen, en de angst voor ver­klikkers, naar wie de bisschop kennelijk bereid is te luisteren.
    Kortom, een stijl die niet thuishoort in onze hedendaagse maatschappij met zelfbewuste, geëmancipeerde en zelfstandig denkende mensen, die associaties oproept met aspecten van een totalitaire staatsinrichting, en die zeker niet hoort bij een instituut dat pretendeert gegrondvest te zijn op liefde.

Wat gaan wij doen

Wij hebben er grote moeite mee dat de bisschop geen ruimte laat voor een beleving van geloven zoals deze in Nederland zeker 40 jaar is geworteld, gegroeid en gestalte heeft gekregen in veel vitale lokale gemeenschappen, waaronder de onze.

De nu uitgevaardigde richtlijnen voor de liturgische vieringen doen veel mensen pijn en ze worden ervaren als terug naar de eerste helft van de vorige eeuw. In feite wordt van ons het onmogelijke gevraagd, immers bij effectuering van deze richtlijnen zal dit wezenlijk tegen de spirituele en religieuze beleving van onze gemeenschap ingaan. Mensen zullen de kerk de rug toekeren en onze geloofsgemeenschap loopt het risico uit elkaar te gaan vallen.

Wij zien het daarom als een blijk van fundamentele trouw aan de eigen verantwoordelijkheid van de plaatselijke geloofsgemeenschap dat deze voortgaat op de reeds decennia geleden ingeslagen en als authentiek, waardevol en vruchtbaar gebleken weg.

We zullen ons als gemeenschap in de toekomst op mogelijkheden blijven beraden om de verworvenheden van het Tweede Vaticaans Concilie op een eigentijdse wijze vorm te geven.

Wij worden daarin bevestigd door vele nationale en internationale initiatieven. Deze worden goed samengevat in een interview dat kardinaal Martini van Milaan in augustus 2012 gaf, kort voor zijn dood eind van die maand, dat gezien kan worden als zijn geestelijk testament:

“De Kerk is vermoeid in het welvarende Europa en Amerika. Onze cultuur is overtijds. Onze kerken zijn groot, onze kloosters staan leeg. De bureaucratie van de Kerk groeit alsmaar. Onze rituelen en gewaden zijn pompeus …”
“De Kerk moet haar eigen fouten erkennen en moet een weg bewandelen van radicale verandering, te beginnen met de paus en de bisschoppen.”
“Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de Bijbel teruggegeven aan de katholieken. (…) Enkel wie dit Woord ontvangt in zijn hart kan bijdragen tot de vernieuwing van de Kerk en zal wijze antwoorden kunnen geven op persoonlijke vragen. Het Woord van God is eenvoudig en zoekt als gezel een luisterend hart … Noch de clerus noch het kerkelijk recht kunnen de innerlijkheid van de mens vervangen. 
“De Kerk is 200 jaar in vertraging. Waarom wordt er niet aan geschud? Zijn we bang? Bang, eerder dan moedig? Het fundament van de Kerk is geloof. Geloof, vertrouwen en moed. Ik ben oud en ziek en ben afhankelijk van de hulp van anderen. De goede mensen die mij omringen maken het mogelijk dat ik liefde ervaar. Die liefde is sterker dan het gevoel van ontmoediging dat ik soms ervaar als ik kijk naar de Kerk in Europa. Enkel liefde overwint vermoeidheid. God is Liefde. 

Ook vinden wij steun in het “Pfarrer-Initiative” van een groep van inmiddels meer dan 400 Oostenrijkse priesters die kerkelijke hervormingen eist en collega-priesters oproept tot dezelfde “ongehoorzaamheid” aan een aantal kerkelijke regels waartoe zij zichzelf verplicht hebben. Hun initiatief vindt inmiddels navolging in Duitsland, Frankrijk, België, Engeland, de Verenigde Staten, en recentelijk ook in Zwitserland.

Hoe dan ook, wij blijven bereid tot overleg hierover met de bisschop om in overeenstemming met de inhoud en de geest van Vaticanum II gezamenlijk vorm te geven aan: samen-kerk-zijn.

Ad de Groot (voorzitter Bezield Verband Utrecht), namens alle andere schrijvers/deelgenoten.

Dit is het basisdocument waartoe na lang beraad een aantal geloofsgemeenschappen van de regio Utrecht heeft besloten. De eindversie heeft de dagtekening van 8 oktober 2012. De lokale gemeenschappen worden ondersteund door de stichting Bezield Verband Utrecht dat door de gemeenschappen is opgericht.



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Inculturatie" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol