Een kritische kerk  
Home > Thema's > Inculturatie > Een kritische kerk

           

Een kritische kerk

De jaarvergadering van de Basisbeweging Nederland op 21 maart 2009 had tot thema gekozen: Gemeente zijn aan de basis. Karin Kasdorp leidde het onderwerp in aan de hand van haar ervaringen in de Dominicusgemeente te Amsterdam. Van haar presentatie hier een ingekorte versie.

“Er is waarschijnlijk geen god,
durf zelf te denken
en geniet van dit leven!”

De laatste twee delen van de reclametekst van de Atheïstische Vereniging Nederland spreken mij best aan: Durf zelf te denken. En geniet van dit leven! Wees kritisch.

De Dominicusgemeente in Amsterdam was in de jaren zestig een van de initiatiefnemers van de Werkgroep van Kritische Gemeenten, waaruit later de Basisbeweging Nederland is voortgekomen. Zelf veranderde ze van een rooms- katholieke parochie in een oecumenische gemeente in diezelfde jaren zestig - waarin kritisch zijn min of meer vanzelfsprekend was - maar het kritische karakter is in de loop van 45 jaar behouden gebleven.

“Het grootste wonder van de Dominicus is dat ze tot op de dag van vandaag nog bestaat”, aldus Erik Borgman, voormalig lid van het liturgisch team van de Dominicusgemeente en hoogleraar in Tilburg, in het voorwoord van ‘Een levend lichaam’.

De Dominicusgemeente is eerder gekenschetst als ‘een kerk die bleef’. De term komt van dominicaan Wim Tepe, die samen met Jan Nieuwenhuis de paters nestor van de gemeente waren. In 1977 verscheen van Tepe’s hand een boek over de Dominicus onder deze titel. Tepe overleed in 1991; Jan Nieuwenhuis is met zijn 85 jaar nog steeds voorganger in de Dominicus, al maakt hij geen deel meer uit van het liturgisch team van voorgangers.

Wat zijn de kritieke factoren waardoor de Dominicus tot op de dag van vandaag bestaat?

Tot op de dag van vandaag: De afgelopen 45 jaar worden op sociaal en religieus terrein gekenmerkt door de ontzuiling en secularisatie. Daarnaast hebben er zich grote sociaal-culturele en economische veranderingen voorgedaan. Mensen gingen te maken krijgen met een grote keuzevrijheid, maar tevens met complexiteit en onzekerheid. Er is voor velen sprake van een spagaat van enerzijds individualisering en loslaten van benauwende kaders, en anderzijds een behoefte aan verbondenheid en zoeken naar zin en identiteit.

1. Democratie 

Toen Tepe en Nieuwenhuis in 1964 de pastorie van de Dominicus betrokken, was de rooms-katholieke parochie op sterven na dood. Als Jan Nieuwenhuis het over deze tijd heeft, zegt hij altijd dat ze “door een hemelse helikopter zijn gedropt”.  Hij werkte namelijk aan de andere kant van het land, in Nijmegen, als redactiesecretaris van het progressieve tijdschrift De Bazuin. Daarin werd geschreven over moderne vormen van geloofsverkondiging – we spreken over de tijd van het Vaticaans Concilie. Twee dominicanen (Lucas Grollenberg en Kees Strijbos) zeiden tegen hoofdredacteur Toine Kreykamp en Jan Nieuwenhuis dat ze niet alleen over nieuwe vormen moesten schrijven, maar dat ze het ook moesten gaan doen”. De provinciaal Frans van Waesberghe besloot daarop de toenmalige bezetting aan de Spuistraat in Amsterdam te vervangen. Dat betekende dat de vier dominicanen Jos van Dijk, Thom Janssen, Wim Tepe en Jan Nieuwenhuis de vieringen voortzetten.

Aanvankelijk werd de gebruikelijke praktijk gevolgd, maar langzamerhand werden er elementen uit de liturgie weggelaten of toegevoegd. Zo werd het rooms-katholieke Lof, waarbij het zgn. rozenhoedje werd gebeden, ingekort. In de ruimte die daardoor vrij kwam voerden de dominicanen een korte lezing uit de bijbel in. Deze invoering van een protestants element was achteraf gezien een richtinggevend besluit. Gaandeweg is er op een spontane en democratische wijze een liturgie ontstaan. Jan Nieuwenhuis:“Over alle veranderingen die er kwamen, hebben we gepreekt, of een vergadering belegd, en dat vond ik een goed besluit. Daarmee konden we duidelijk maken, ook voor onszelf, waarom we dat wilden veranderen en doorbreken; bijvoorbeeld: waarom wil je de hostie op je hand ontvangen en wat betekent die hand. De gemeente zelf kwam met dit soort voorstellen. Die zei: Waarom doen we dat zus en zo? Dus daar moesten we het over hebben.”(p.33)

Zo ontstond een gemeente van onderop, waarbij elkaar kritisch bevragen van begin af aan een normale zaak was. Daarbij was democratie niet alleen op liturgisch/theologisch gebied aan de orde, maar ook op het organisatorische vlak. In 1976 koos de gemeente de eerste beleidsraad, tot op heden het hoogste beleidsorgaan van de gemeente.

2. Experimenteren 

“De Dominicus is niet alleen een leerhuis voor prediking, maar ook een laboratorium voor liturgie waar wordt geëxperimenteerd en mensen van elders inspiratie opdoen.” (Erik Borgman, p.11)

Sinds 1964 is er een experimentele liturgie ontstaan die zich zodanig ontwikkelde dat er spontaan een oecumenische gemeente ontstond. Nieuwe vormen werden uitgeprobeerd, achteraf tegen het licht gehouden en geëvalueerd.  

Een tweetal recente voorbeelden:

  • Hoe geven we vorm aan de vastentijd: via de orde van dienst en de Dominicuskrant werden door een Dominicusganger suggesties gedaan de vastentijd met eigen handen en voeten vorm te geven: door bewust te kiezen voor soberheid om meer dan gewoonlijk open te staan voor de religieuze dimensie, veertig dagen te ‘onthaasten’, een dagelijks moment van stilte of meditatie te nemen, het bespaarde geld door onthouding van bepaalde voeding aan een goed doel te geven - om er een aantal te noemen.
  • Ritueel van de handenwassing: op de zondag na aswoensdag vindt dit jaarlijkse ritueel tijdens de viering plaats. Bezoekers die willen, mogen naar voren komen om hun handen te laten overgieten, waarna ze worden afgedroogd. Dit jaar ontbrak het afdrogen. Met natte handen liep men terug naar de plaats; een andere beleving waardoor het ritueel een ander accent kreeg.

De Dominicus zelf werd vanaf 1964 door het bisdom Haarlem ook als een experiment gezien. Met het bisdom werden regelmatig evaluatieve gesprekken gevoerd over liturgie en beleid. Vanaf het begin bestond er een bepaalde mate van vrijheid, maar door de experimentele ontwikkeling van de liturgie werd die ruimte en vrijheid groter. In 1989 trok de Vicaris de conclusie dat inhoud en vorm van de vieringen kerkordelijk niet meer konden worden erkend door de Bisschop. In goed overleg maakte de Dominicus zich los van het bisdom en daarmee van de rooms- katholieke Kerk. Sinds die tijd bestaat ze als zelfstandige basisgemeente.

3. Reflecteren 

Experimenteren betekent uitproberen, evalueren, concluderen, eventueel opnieuw beginnen. Daarvoor zijn nodig een kritische blik, verschillende invalshoeken (hoofden en zinnen), wat kans op conflicten met zich meebracht. Men moet niet schromen vraagtekens te plaatsen bij de wijze waarop dingen worden gedaan, en controversiële zaken ter sprake te brengen. Voorwaarde voor reflectie is een intentie om on speaking terms te blijven. De zoektocht zelf is het doel.  

Kritisch durven zijn en reflecteren vergt moed. Men gaat een proces aan waarbij men elkaar bevraagt en elkaars opvattingen ter discussie stelt en dat kan ervaren worden als een aanslag op de eigen identiteit. Angst en verlies van houvast ondermijnen de eigen zekerheden.

Onherroepelijk komt de vraag waarom dingen niet of niet meer passen en waarom ze anders moeten dan vroeger. Daarbij gaan externe veranderingen en gebeurtenissen niet aan een sociale groep voorbij. Al dan niet opgemerkt kunnen ze de normen en waarden van de groep veranderen.  Wanneer de specifieke normen en waarden die een religieuze groep bepalen, worden aangetast, is dat voor de leden wellicht nog bedreigender omdat ze de basis vormen van een levensovertuiging. De eigen identiteit is daar onmiskenbaar mee verbonden, omdat ze aan de specifieke, religieuze normen en waarden wordt getoetst.

Voorbeelden van externe factoren:

  • Het Darwinjaar: een (media-)discussie over evolutietheorie vs scheppingsleer kan van invloed zijn op de eigen geloofsveronderstellingen.
  • Nieuwe communicatievormen: de toegankelijkheid van informatie wordt groter; opinievorming vindt op andere wijzen plaats; inspraak en vrijheid van meningsuiting worden laagdrempeliger.
  • Politiek-maatschappelijke ontwikkelingen: wat betekent de opkomst van de islam voor de eigen waarden en normen; in hoeverre voeden politieke stellingnames angst?
  • Veranderingen op geloofsgebied: wat betekent een besluit van de paus de excommunicatie op te heffen van een omstreden bisschop voor de houding t.a.v. de Rooms-Katholieke Kerk en voor het eigen geloof en hoe gaan bevriende medegelovigen daar mee om?

Onvermijdelijk komt dan ook de vraag: zijn we zelf veranderd, als collectief en als individu? Op dat moment zal men in het reflectieproces nog een laag dieper moeten gaan: zelfreflectie.

4. Visietrajecten  

In de Dominicus is het min of meer gewoonte geworden om van tijd tot tijd een visietraject te houden. Tijdens dit traject worden de volgende vragen onderzocht:

Welke elementen zijn wezenlijk voor onze gemeente?
Wat bezielt ons?
Waar zijn we tevreden over?
Waar zijn we ontevreden over?
Hoe verloopt de communicatie tussen de groepen?
Voldoet de organisatiestructuur?
Wat moet er anders?

De gehele gemeente wordt hier bij betrokken: de diverse werkgroepen (zoals bijv. liturgisch team, werkgroepen Pastoraat, Diaconaat, Kind) middels consultatie, en de bezoekers via een gemeentebijeenkomst of andere inspraakrondes. Veelal resulteert het proces in een visiedocument en eventueel in een aanpassing van de organisatiestructuur.

5. Feminiene elementen 

De term ‘feminien’ en ‘vrouwelijk’ zijn voor mij synoniem. ‘Vrouwelijk’ kan echter impliceren dat ze uitsluitend van toepassing is op vrouwen. Uiteraard is dat niet het geval: zowel een rationele benadering (mannelijk) als een gevoelsmatige (vrouwelijk) komen bij mannen en vrouwen voor. Wel is het zo dat mannen overwegend rationeel reageren en de meeste vrouwen eerder gevoelsmatig. Zo is er op meerdere gebieden onderscheid te maken tussen feminiene en masculiene elementen. Waar het om gaat is het evenwicht tussen feminiene en masculiene elementen, op allerlei terreinen (sociaal-cultureel, economisch, theologisch, organisatorisch). Die is wereldwijd al eeuwen uit balans, niet in de laatste plaats in de kerk. Het evenwicht kan pas worden hersteld wanneer de onderbelichte factor de waardering krijgt die ze verdient.

In de 45-jarige geschiedenis van de Dominicus hebben vrouwelijke waarden en eigenschappen voldoende aandacht gekregen, dan wel hun eigen, unieke plek herkregen. De geschiedenis toont aan dat dat zowel geldt op het liturgisch/theologische vlak, als op het organisatorische.

Enkele voorbeelden:

  • In 1972 was er al een vrouwelijke penningmeester.
  • In 1977 ging de eerste vrouw voor in de liturgie.
  • In  1980 werd de eerste vrouwelijke pastor benoemd.  
  • In de jaren zeventig en tachtig was er een actieve vrouwenbeweging in de Dominicus.
  • De naam van de Eeuwige wordt inclusief gebruikt.
  • Er is aandacht voor de vrouwelijke kant van God de Vader.
  • De vieringen worden zo mogelijk voorgegaan door een man en een vrouw uit het team.
  • Er wordt rekening mee gehouden dat de groep die brood en wijn uitdeelt uit beide geslachten bestaat.
  • Alle werkgroepen zijn gemengd van samenstelling; dat geldt zowel voor schoonmaakploeg en werkgroep Pastoraat als beleidsraad en beheercommissie.

Onderstaande voorbeelden van feminiene en masculiene benaderingen worden tegenover elkaar gezet, maar zijn geen contrasten. Per paar vormen ze een geheel.

Feminiene benadering                             Masculiene benadering

Via gevoel                                            Via ratio
Inschatten, rekening houden met           Calculatie, feiten, statistiek
emotionele factoren
Gericht op sociale verhoudingen            Gericht op betekenis voor individu
Procesgericht                                      Resultaatgericht
Naar binnen gericht, introspectief          Naar buiten gericht

                                                           Liturgisch:

Aandacht voor stilte                                  Aandacht voor het woord
Rituelen: symbolisch aspect                      Rituelen: repeterend aspect
Rituelen: beelden, muziek                         Rituelen: handelingen, voorwerpen

Dankzij de erkenning van feminiene elementen is de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke factoren in de Dominicus evenwichtig. Hierdoor is een cultuur ontstaan waarin recht kan worden gedaan aan aspecten die onmisbaar zijn voor een gezonde gemeenschap.

De herwaardering van het vrouwelijke en de balans die daardoor is ontstaan is in mijn ogen dé kritieke factor voor een context waarbinnen de andere factoren konden gedijen. 

Democratie: oog voor individueel belang en sociaal belang.
Experimenteren: calculatie, inschatten, erkenning van en rekening houden met emoties.
Kritisch zijn: ratio, introspectie, rekening houden met emoties.
Reflectie: ratio, gevoel, rekening houdend met emoties, introspectie, procesgericht.
Visietrajecten: resultaatgericht en procesgericht, introspectief en oog voor de religieuze en maatschappelijke context.

Dankzij de evenwichtige context waarin kritieke factoren kunnen bestaan, leeft de Dominicus tot op de dag van vandaag, zowel als leerhuis en liturgie, alsook als gemeente van mensen.

Waar staan we op dit moment?  

Niet alleen in een microsamenleving als de Dominicus wordt deze vraag gesteld. In een snel veranderende en verwarrende samenleving is ze op individueel en collectief niveau actueel. In de huidige tijd van crises is ze onvermijdelijk. Het doel van een visietraject is de reflectie op deze vraag. Procesgericht is men gefocust op de zoektocht zelf; resultaatgerichtheid betekent gericht zijn op de uitkomst ervan. In tegenstelling tot een brede maatschappelijke tendens om vooral gericht te zijn op het resultaat, is in de Dominicus de feminiene procesgerichte houding in ere hersteld.

De analogie van het doolhof is geschikt als illustratie van de vraag: een complexe omgeving, met kruispunten en doodlopende wegen. Er is wel ergens een visioen, maar onduidelijk is welke richting men daarvoor in moet slaan. In een doolhof heeft achterom kijken geen zin. Wil men weten wat verleden en ervaringen aan bagage, houvast of lessen hebben opgeleverd, dan hoeft men ‘alleen maar’ naar zichzelf te kijken. De vraag ‘waar staan we op dit moment’ is dus een vraag naar identiteit.

Door kritisch te blijven reflecteren (waarbij men de ander als spiegel nodig heeft) wordt een individu, een sociale groep, een samenleving zelfbewuster, waardoor de identiteit duidelijker en sterker wordt; als een levend lichaam zal ze steeds meer ruimte innemen en vrijer bewegen. Vrijheid is dan niet alleen meer een voorwaarde, maar ook een verworvenheid.

Wat mij betreft zou er voor hetzelfde geld op de reclamezuil kunnen staan:

Er is waarschijnlijk een god.
Durf zelf te denken.
En geniet van dit leven!

Karin Kasdorp

Drs. Karin Kasdorp is publicist en actief kerkganger van de Dominicusgemeente te Amsterdam. Over deze van oorsprong r.-k. parochie Dominicus, nu een oecumenisch zelfstandige kerkgemeente, schreef zij in 2008 Een levend lichaam, Kijken naar een kerk met toekomst, ISBN 9789088420559.



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Inculturatie" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol