Met duurzaamheid is Nederland een van de traagste landen van Europa  
Home > Thema's > Duurzaamheid > Met duurzaamheid is Nederland een van de traags...

Met duurzaamheid is Nederland een van de traagste landen van Europa

Het transitiebeleid moet een overgang bewerkstelligen naar duurzame manieren van consumeren en produceren. Die transitie is bijzonder urgent want de huidige, industriële wijzen van leven en werken leiden tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen, destabilisering van ecosystemen, sociale spanningen, vervreemding en dehumanisering. Hoewel Nederland voorloper is met diverse officiële transitietrajecten zijn de feitelijke resultaten tot dusver op zijn best zeer gemengd. Het is daarom de hoogste tijd dat de bestuurlijke elite ruim baan geeft aan de onderstroom in de samenleving waar de echte duurzame veranderingen plaatsvinden. En dat vraagt weer om een fundamentele herijking van de uitgangspunten voor het transitiebeleid.

Zes jaar ervaring met transitiebeleid in Nederland levert een dubbelzinnig beeld op. De activiteiten van het Platform EnergieTransitie, hoe nuttig op zichzelf ook, hebben een beperkte weerslag gehad op beleid en praktijk. Met nog geen 4 procent duurzame energie in de nationale energievoorziening behoort Nederland tot de traagste landen van Europa. Met de groene labeling van voertuigen en een daarop afgestemd systeem van voertuigbelastingen is een belangrijke stap gezet in de transportsector. Maar voor een transitie naar duurzame mobiliteit moet nog een grote slag worden gemaakt. In de landbouw zijn waardevolle resultaten geboekt met de verspreiding van precisielandbouw en de ontwikkeling van energieproducerende kassen. Maar de verduurzaming van de veehouderij stagneert, terwijl er op gebied van natuur en biodiversiteit nog steeds sprake is van regelrechte achteruitgang.

Destabilisering

De kiemen van duurzame verandering worden in Nederland nog te vaak en teveel belemmerd door een bestuurlijke elite die de oude verworvenheden graag in stand houden met nog meer regelgeving. De industriële manieren van werken en leven en de daaruit voortvloeiende verzorgingsstaat hebben ons weliswaar veel gebracht – gezondheid, onderwijs, betere voeding, langer leven, et cetera – maar ze passen niet langer bij de huidige omstandigheden in de wereld.

Op ecologisch gebied teren we momenteel enorm in op ons natuurlijk kapitaal: in 2009 was het beroep van de mensheid op de voorraden en veerkracht van de aardse ecosystemen 40 procent groter dan de natuur in een jaar kan regenereren. Dat leidt tot destabilisering van ecosystemen zoals het klimaat. Op sociaal terrein hebben we te maken met een wereldbevolking die sinds de jaren ’50 is verdrievoudigd en hebben opleiding en emancipatie bijgedragen tot een ander bewustzijn van individualiteit. Dit nieuwe zelfbewustzijn geeft spanningen in oude industriële organisatievormen die bovendien sterk georiënteerd zijn op schaalvergroting. Deze schaalvergroting gaat gepaard met vervreemding en dehumanisering,ook van maatschappelijke systemen als zorg en onderwijs.

Heroriëntatie op het goede leven

De transitie naar een duurzame samenleving is dus niet alleen een economische opgave, het is vooral ook een sociale en culturele opgave. Het duurzaamheidperspectief vraagt om een heroriëntatie op wat in deze tijd goed leven is. Die vraag moeten we opnieuw beantwoorden met een nieuwe set van inzichten, kennis, technologie en oriëntaties. Het heersende Newtoniaanse wereldbeeld, dat atomistisch en mechanisch is, voldoet niet meer. De wereld is een interdependent geheel die beter begrepen kan worden door te denken vanuit de samenhang tussen sociale, economische en ecologische systemen. De cartesiaanse positie, die uitgaat van beheersing van de natuur, is niet langer houdbaar. In plaats daarvan moeten we leren samenwerken met de natuur.

Ook de kennisontwikkeling op basis van specialisatie loopt vast. Integratie moet het leidende beginsel zijn bij het ontwikkelen van nieuwe methoden van werken, zoals het oogsten uit stromen in plaats van uitputting van voorraden. In het beleid moeten overheden en bedrijven de slag maken van ‘Single P-´ naar ‘Triple P-governance’, ofwel van eendimensionale maximalisatie van groei en winst naar optimalisering van de verhouding tussen People, Planet en Profit. De egocentrische rationaliteit die de basis vormt voor de huidige economische orde moet plaats maken voor de gulden regel die je in alle tradities ter wereld tegenkomt: behandel een ander zoals je zelf behandeld zou willen worden.

Om de huidige economische, sociale en ecologische crises te bezweren en een transitie naar een duurzame samenleving te bewerkstelligen moeten we het bestaande overstijgen, maar met behoud van waardevolle elementen ervan. Duurzame ontwikkeling kenmerkt zich door het streven naar een hogere kwaliteit van relaties, tussen mensen onderling en tussen de mens en de aarde. Het gaat letterlijk om ont-wikkeling, dat wil zeggen: om het uit de wikkels halen van de potentie om als mensen in grotere harmonie met elkaar en de natuur te leven.

Transities naar duurzame ontwikkeling

Hoe ziet een transitie naar een duurzame samenleving er in concreto uit? Een uitwerking voor verschillende maatschappelijke domeinen. In de economie betreft het een overgang van lineaire processen, fossiele brandstoffen en wegwerpproducten naar technische en biologische kringlopen van waardevolle grondstoffen, hernieuwbare energie en eindproducten zonder afval. Duurzaamheid verlangt ook het weer in de juiste orde plaatsen van doelen en middelen in het economisch systeem. Economische groei is middel dat bijdraagt tot hogere doelen zoals welzijn, duurzame welvaart en een vitale natuur. Winst als resultaat van het leveren van maatschappelijke toegevoegde waarde. Het bankwezen moet weer dienend worden aan de reële economie in plaats van andersom.

Voor de energievoorziening is het nu zaak vol in te zetten op een duurzame, hernieuwbare energie, onder meer door de SDE-regeling te veranderen van een bureaucratisch gedrocht in een helder en stabiel stimuleringskader. En vooral geen nieuwe kolencentrales bouwen, want dat signaal wordt in het werkveld gepercipieerd als: ‘In Den Haag menen ze het niet’. In de transportsector zal een transitie naar duurzame mobiliteit moeten leiden tot vergaande reductie van milieubelastende emissies van CO2, NOx, fijn stof en geluid. De transitie naar een duurzame landbouw vraagt om regionale, duurzame voedselketens met een herkenbare identiteit en om een robuuste veestapel met een veerkrachtig immuunsysteem.

Duurzaam onderwijs veronderstelt meer aandacht voor individugerichte ontwikkeling, zowel in de jonge jaren als in het volwassen leven. Scholen zouden kunnen veranderen van geïsoleerd opererende instellingen met een focus op cognitieve vaardigheden in instellingen die als organisch onderdeel van wijk of regio ‘hele’ mensen afleveren met ontwikkelde meervoudige intelligentie en een integrale wereldoriëntatie. De gezondheidszorg moet bij het streven naar een duurzame zorg gewoon meer gaan doen wat het woord zegt: zorgen voor gezondheid van mensen. Dat vraagt om humanisering en verbreding van het bereik van de zorg. Het vraagt ook om herontwerp van zorgprocessen waarbij niet langer de dokter maar de patiënt de ‘zon’ van het zorgstelsel vormt.

Een transitie naar een duurzame sociale zekerheid is mogelijk als het stelsel een instrument van ontwikkeling wordt. In tijden van werkloosheid kan de sociale zekerheid voor vervangend inkomen zorgen op voorwaarde dat mensen zich ontwikkelen, bijvoorbeeld via een opleiding. Geef elke Nederlander een scholingsbudget voor het leven mee, dat op geëigende momenten kan worden benut. In het overheidsbeleid is het van groot belang de gecreëerde complexiteit te ‘decomponeren’, onder meer door ontkokering en duurzame deregulering. De transitie naar een duurzame samenleving verlangt van de overheid dat ze vernieuwingen faciliteert, ondersteunt en er ruimte voor maakt, een beetje vergelijkbaar met de wijze waarop in het verkeer stoplichten worden vervangen door rotondes.

Nieuw maatschappelijk project

Het transitiebeleid heeft de afgelopen jaren een goede start gemaakt, maar we verkeren nog in de leerfase. Nu is het zaak om de opgedane ervaringen en inzichten door te vertalen naar een breder scala aan sectoren en activiteiten. Als we dat consistent en consciëntieus doen, dan hebben we weer een maatschappelijk project vergelijkbaar met de opbouw van de verzorgingsstaat. De transitie naar een duurzame samenleving overstijgt en bouwt voort op de verzorgingsstaat. Het biedt perspectief op voortgaande, duurzame ont-wikkeling van de potenties van mensen in balans met de natuur. Dat is een project waaraan we als natie met volle overtuiging en overgave kunnen werken.

Herman Wijffels

Herman Wijffels is econoom en heeft belangrijke functies vervuld bij bedrijfsleven en overheid,  in binnenland en buitenland. Bovenstaande tekst is de door hem verbeterde samenvatting van de rede die hij heeft uitgesproken tijdens de eindconferentie van het netwerk SysteemInnovaties en transities (KSI), een groep van 10 universiteiten en TNO die de afgelopen 6 jaar heeft gewerkt aan het bouwen van een nieuwe theorie over transities in de richting van een duurzamere samenleving (zie: http://sustainabilitytransitions.com/).



Op dit moment zijn er nog geen bijdragen voor dit thema.

Terug naar "Duurzaamheid" | Naar boven

Disclaimer
EnglishDeutschFrancaisEspanol